Beat-effecten [rhythm functie, Depth regelaar, Character regelaar – Pioneer EFX-1000 User Manual

Page 124: Mix regelaar

Advertising
background image

124

<DRB1368>

BEDIENING (Beat-effecten [RHYTHM functie])

BPM MODE

1) RHYTHM MODE

5) TAP

MIX

DEPTH

3) EFFECT
FREQUENCY
LOW, MID, HI

CHARACTER

TIME

7) BEAT EFFECTS

2) DELAY, ECHO, PITCH ECHO, TRANS,
FLANGER, FILTER, PHASER

6) 1/8, 1/4, 1/2, 3/4, 1/1, 2/1, 4/1, 8/1

4) Ritme REC

(kiezen van maatslag)

(kiezen van beat-effect)

Beat-effecten [RHYTHM functie]

Met de beat-effect functie [RHYTHM functie] kunt u een reeks
effecten creëren gesynchroniseerd met een door uzelf
ingevoerd ritme.
1. Gebruik de RHYTHM MODE toets om de ritme-functie in

te schakelen.

¶ De RHYTHM MODE toets licht op.

2. Gebruik de beat-effect-keuzetoetsen om het gewenste

beat-effect te kiezen.

¶ Kies uit DELAY, ECHO, PITCH ECHO, TRANS, FLANGER,

FILTER of PHASER.

¶ De toets van het gekozen beat-effect knippert.

¶ Zie blz. 114-116 voor nadere bijzonderheden betreffende de

effecten.

3. Kies met de EFFECT FREQUENCY toetsen (LOW, MID,

HI) het frequentiebereik waarop het effect moet worden
toegepast.

¶ De indicator van het gekozen frequentiebereik licht op.

¶ Bij meerdere malen indrukken van de toets wordt de functie

beurtelings in- en uitgeschakeld.

4. Druk op de ritme REC toets om de REC functie in te

schakelen.

¶ Op het BPM display wordt “

” aangegeven.

¶ Als er geen ritme is ingevoerd, komt het apparaat automatisch

in de REC stand te staan in stap 1.

5. Voer het gewenste ritme in met behulp van de TAP toets.

¶ De ingevoerde tikken worden herkend als een tempo wanneer

zij optreden met een interval korter dan 2 seconden. Maximaal
8 tikken kunnen worden ingevoerd.

¶ De getelde tikken (RHYTHM TAP) worden op het display

afgebeeld.

¶ Tijdens het invoeren van het ritme, wordt de beat-keuzetoets

[1/1] gekozen.

6. Kies een van de beat-keuzetoetsen om de totale

tijdsduur van het ingevoerde ritme vast te leggen.

¶ De totale tijdsduur van het ingevoerde ritme zal worden

vermenigvuldigd als reactie op de gekozen toets.

¶ Kies uit 1/8, 1/4, 1/2, 3/4, 1/1, 2/1, 4/1 of 8/1.

¶ De ingedrukte beat-keuzetoets licht op.

7. Trek de BEAT EFFECTS schakelaar naar de [ON] stand

om het effect toe te passen.

Als u de schakelaar van u af duwt naar de [ON/LOCK] stand:
De schakelaar wordt vergrendeld zodat het effect voortdurend
wordt toegepast, ook nadat u de schakelaar hebt losgelaten. Om
het effect te stoppen, zet u de schakelaar terug in de middenstand
[OFF].
Als u de schakelaar naar u toe trekt naar de [ON] stand:
Het effect wordt alleen toegepast terwijl de schakelaar in de [ON]
stand is getrokken. Wanneer de schakelaar wordt losgelaten, keert
deze automatisch terug naar de middenstand [OFF]. Gebruik deze
functie wanneer u snel tussen AAN en UIT wilt wisselen.

¶ Als u in de ritme-functie de ritme REC toets ingedrukt houdt,

wordt het ingevoerde ritme geannuleerd en wordt de ritme-
invoerfunctie weer geactiveerd.

DEPTH regelaar

Stel deze regelaar in de middelste klikstand voor standaard
effectgeluid.
Zie blz. 114-116 en 118 voor nadere bijzonderheden betreffende het
veranderen van parameter 1 als reactie op het draaien van de DEPTH
regelaar.

CHARACTER regelaar

Stel deze regelaar in de middelste klikstand voor standaard
effectgeluid.
Zie blz. 114-116 en 118 voor nadere bijzonderheden betreffende het
veranderen van parameter 2 als reactie op het draaien van de
CHARACTER regelaar.

MIX regelaar

Gebruik deze regelaar om de mengbalans in te stellen tussen het
oorspronkelijke en effectgeluid. Stel deze regelaar in op de middelste
klikstand voor standaard effectgeluid.

MIX regelaar

Gebruik deze regelaar om de mengbalans in te stellen tussen het
oorspronkelijke en effectgeluid. Stel deze regelaar in op de middelste
klikstand voor standaard effectgeluid.

Advertising